|
|
Maharishi Ayurveda: wetenschappelijk onderzoek
naar het concept van de 3 dosha's
door GJC Gerritsma, arts
Inhoud:
Wat is gezondheid?
In de klassieke Ayurvedische teksten wordt gezondheid beschreven als
een toestand van dynamisch evenwicht in de menselijke fysiologie en een ervaring
van geluk in de menselijke geest. (Sushruta Samhita, in Sharma 1993c). Deze
definitie weerspiegelt de opvatting in de westerse fysiologie dat gezondheid
samenhangt met een dynamisch evenwicht in de talloze homeostatische mechanismen
in het lichaam en neemt daarbij tevens de geestelijke gezondheid in aanmerking:
Net als de wereldgezondheidsorganisatie vat Maharishi Ayurveda gezondheid
niet slechts op als een toestand zonder ziekten of gebreken, maar als een
toestand van volledig welbevinden. In het quantummechanische wetenschapsmodel
wordt gezondheid ook gezien als een evenwichtstoestand in een levend, zelf-organiserend
systeem, waarin de diverse bouwstenen van het systeem gezien worden als
onderling verbonden en afhankelijk van elkaar. Deze bouwstenen kunnen atomen,
molekulen, cellen, organen of orgaansystemen zijn of het hele menselijke
lichaam en zelfs sociale- of ecologische systemen. Wanneer het subsysteem
in evenwicht is met de overkoepelende systemen, dan is het systeem "gezond",
anders gezegd: dan kan het zijn eigen integriteit handhaven. De subatomaire
deeltjes zoals electronen, of quarks, die beschouwd worden als de uiteindelijke
bouwstenen van de natuur zijn niets anders dan niet-materiele golven, die
bewegen door niet-materiele (niet-gelokaliseerde) velden. Deeltjes zijn
slechts lokale condensatie's van het veld; concentraties van energie die
komen en gaan, daarbij hun individuele karakter verliezend en in het onderliggende
veld oplossend.
In het ontmoetingsproces tussen de westerse en de (ayur)vedische wetenschap
hebben experts van beide disciplines bijzondere overeenkomsten gevonden
tussen deze opvattingen in de moderne quantumfysica en de klassieke ayurvedische
teksten. De beschrijving van dit quantumveld is nagenoeg identiek aan de
beschrijving van transcendent (=onderliggend) bewustzijn in de vedische
wetenschap, waarin beide gezien worden als de onmanifeste, non-lokale grondtoestand
van de manifeste, gelokaliseerde expressie's van de natuur, die objectief
waarneembaar is als bijvoorbeeld elementaire deeltjes, subjectief als mentale
ervaringen. Het quantumveld in perfect evenwicht, de uitdrukkingen ervan
in dynamisch, fluctuerend evenwicht.
De vijf zintuigen zijn "kanalen" voor het bewustzijn, waarmee de objectieve
wereld mee wordt waargenomen. Ieder zintuig neemt een bepaald spectrum
waar van golven: de ogen bijvoorbeeld lichtfrequentie's, de oren geluidsgolven.
Deze frequentie's worden "omgezet" in een mentale ervaring. Die 5 "frequentie's"
die door de 5 zintuigen waargenomen worden, worden in Ayurveda de 5 "mahabuta's"
genoemd: aarde, water, vuur, lucht en ruimte. In iedere menselijke ervaring
(lichamelijk en geestelijk) zijn deze 5 elementen terug te vinden.
Als deze 5 elementen in evenwicht zijn, dan kan een goede gezondheid
gehandhaafd worden. Deze 5 elementen komen samen in de 3 "dosha's" vata,
pitta en kapha. Aarde en water samen vormen kapha. Vuur (plus wat water) geeft
pitta en vata bestaat uit lucht en ruimte.
Vata is het principe dat zorgt voor beweging, bijvoorbeeld van electrische
impulsen in het zenuwstelsel, of van lucht in de luchtwegen, van bloed
in de bloedsomloop.
Pitta is het principe dat zorgt voor warmte en omzettingen: de spijsvertering,
stofwisseling en bijbehorende enzymen.
Kapha is in het lichaam verantwoordelijk voor de opbouw en de structuur
van de organen en voor de waterhuishouding.
De dosha's komen altijd samen voor, maar vaak is een ervan dominant.
Mensen met meer vata bijvoorbeeld zijn lichter gebouwd en beweeglijker dan
een zwaargebouwd en langzaam kapha-persoon. Een pitta persoon produceert
zelf al tamelijk veel warmte en zal zich bij warm weer niet zo prettig voelen,
omdat hij of zij dan uit evenwicht raakt. Door een teveel of te weinig van
een dosha raakt de mens uit evenwicht. Dit evenwicht kan hersteld worden
door dieetmaatregelen, kruiden, gedrag en de andere diverse benaderingen
van Maharishi Ayurveda. Om uit te vinden welke dosha bij een patient domineert
maakt men gebruik van een intervieuw, lichamelijke kenmerken of de polsdiagnose.
Wetenschappelijke
verificatie van het concept van de 3 dosha's
Om uit te vinden of het concept van de 3 dosha's in de medische praktijk
werkt (met anamnese en het lichamelijk onderzoek) liet Dr. J. Glaser (1991)
95 gezonde mannelijke studenten scoren door 2 onafhankelijke onderzoekers.
De ene onderzoeker stelde 17 standaard-vragen over de subjectieve voorkeuren,
cognitieve verwerkingsstijl, en gedrag. Een andere onderzoeker mat 23 objectieve
lichamelijke criteria, waaronder huidskleur en -type, kwaliteiten van oogwit,
tanden, gewrichten, venen, pezen, beharing en kwaliteiten van de polsslag.
Beide onderzoekers deelden de uitkomst van hun onderzoekingen in in een van
de drie basisconstitutietypen: vata, pitta, of kapha. De correlatie tussen
de subjectieve en objectieve uitkomsten werd berekend en was voor de vata
en kapha constitutie significant, voor de pitta constitutie niet significant.
In een andere studie, werd bij 37 mensen, naast de contitutiescore de
Jenkins Activity Survey voor type A-gedrag afgenomen. Glaser (1988) vond
correlatie's tussen Type-A gedrag en pitta-constitutie (p<0,04), tussen
Type B-gedrag en kapha constitutie (p<0,04). Bij 110 mensen werd bloed
afgetapt en de analyses daarvan werden vergeleken met de constitutiescore.
Mensen met pitta-constitutie hadden een hoger hemoglobinegehalte (p<0,03)(Hemoglobine
is een aspect van pitta, het energie-gevende principe). Kapha mensen hadden
hoger gehalte aan witte bloedcellen (p<0,05). Het totaal eiwit en albumine
was hoger in de kapha- en pitta groep (p<0,01) en lager in de vata groep
(p<0,05). Mensen met een kapha constitutie hadden verhoogde waarden
voor bloedvetten (figuur 1). Dr. Schneider concludeerde dat deze bevindingen
in het algemeen consistent waren met de beschrijvingen van de klassieke
Ayurveda en dat diagnostiseren van constitutietypes van klinisch nut kan
zijn bij het inschatten van individuele neigingen tot bepaalde ziekten en
respons op therapie. (Schneider et al. 1985, in Glaser 1988)
Literatuurlijst
Glaser, J.L., Maharishi Ayurveda: an introduction to recent research.
Modern Science and Vedic Science, Vol.2 No.1 1988.
Glaser, J.L. MD and Tomlinson, P., MA (1991). Correlation of subjective
preferences, cognitive styles and behaviour with physiognomy according
to the principles of Maharishi Ayurveda tridosha theorie. In: Scientific
proceedings of the American Association of Ayurvedic Medicine June 8-9,
1991 San Diego, California.
Schneider, R.H., Kasture, H.S., Averbach, R., Rothenberg, S.,& Robinson,
D.K., (1985, sept.) Physiological and psychological correlates of Maharishi
Ayurveda psychosomatic types., Paper presented at the eight World Congress
of the International College of Psychosomatic Medicine, Chicago, IL Geciteerd
in Glaser (1988).
|
|