|
|
Maharishi Ayurveda: wetenschappelijk
onderzoek naar kruidenpreparaten en rasayanas
door GJC Gerritsma, arts
Inhoud:
Kruidenpreparaten
De arts voor Maharishi Ayurveda staan enkele honderden kruidenpreparaten
ter beschikking, die gericht zijn tegen bepaalde ziekten of verstoringen
van het evenwicht. Deze zijn in Nederland voor het eerst in gebruik genomen
in 1987, bij verschillende bezoeken van dr. Balraj Maharshi aan ons land.
Dr. Balraj is een van de grootste authoriteiten op het gebied van de identificatie
en het gebruik van medicinale planten. Hij is Ayurveda-adviseur voor de
deelstaat Andhra Pradesh, India. In 1987 heeft hij onderwijs gegeven in de
toepassing van zijn kruidenpreparaten aan verschillende Europese artsen,
aan de hand van consulten aan patienten met diverse chronische ziekten. Tijdens
dit project is ook een klinische pilot-studie gedaan naar het effect van
deze behandelingen.
Klinische voorstudie
De genoemde voorstudie werd in dit blad gepubliceerd door de arts George
Janssen in 1989. De kruidenpreparaten vormden een onderdeel van de therapie.
Verder bestond deze uit dieet en adviezen voor de dagindeling, welke alle
specifiek waren voor de betreffende ziekte, alsmede algemene maatregelen,
waaronder de transcendente meditatie techniek. Aan de hand van gestandaardiseerde
vragenlijsten werden per ziektebeeld de klachtenpatronen en eenvoudige objectieve
parameters vastgelegd. Van de 126 patiënten was na drie maanden 79% verbeterd.
Statistisch significant verbeterd waren reumatoïde arthritis, astma bronchiale,
eczeem, hypertensie, chronische obstipatie, hoofdpijn en chronische sinusitis,
terwijl de drie andere onderzochte ziekten, diabetes mellitus, psoriasis
en chronische bronchitis, verbeterden met een neiging tot significantie.
De bemoedigende resultaten van deze voorstudie waren grond voor verdere onderzoeken:
Reumatoide Arthritis
In een Duitse huisartsenpraktijk werden 106 patienten met reumatoide
arthritis, 5 met arthrose en 1 met polymyalgia reumatica behandeld. Volgens
de richtlijnen van dr. Balraj gebeurde dit met kruidenpreparaten, dieet
en adviezen voor levensritme. Aan deze 113 patienten werd een vragenlijst
gestuurd, waarvan 58 patienten (51%) deze ingevuld terugstuurden; 27 patienten
meldden een verbetering van de klachten van 50% of meer (5 daarvan 90-100%
effect); 18 patienten gaven 0% werking aan en 11 een verbetering van 10-30%.
De therapie-duur varieerde van 3 maanden tot 1 jaar. Het ging hierbij grotendeels
om chronische gevallen die alle al vele andere therapieen achter de rug hadden
(Ellmann 1989).
In Nederland is een dubbelblind placebogecontroleerd onderzoek gedaan
aan de Rijksuniversiteit Limburg naar de effectiviteit van twee Maharishi
Ayurveda kruidenpreparaten, een olie voor applicatie op de aangedane gewrichten
en een kruidenmengsel in een capsule. Het onderzoek werd verricht bij 42
patienten met reumatoide arthritis. De dubbelblinde fase werd gevolgd door
een open fase, voor diegenen die dat wilden. De bevindingen wijzen in de richting
van een verbetering van de knijpkracht van de handen en van het dagelijks
functioneren bij die patienten die de behandeling nauwgezet volgden. Er werden
geen bijwerkingen geconstateerd anders dan een lichte huiduitslag. Net als
bij de studie van Ellmann zijn deze resultaten, hoewel niet statistisch significant,
toch maatschappelijk heel relevant en nodigen uit tot groter opgezette studies.
Als slechts een deel van de patienten gunstig reageert op de therapie, dan
kan dit veel kosten en ellende sparen.
Hepatitis B
In een dubbelblind placebogecontroleerd onderzoek naar het effect van
een toebereiding van de plant Phyllantus Amarus bij 78 patienten bleek dit
effectief tegen het hepatitis B virus. Voor het begin van het onderzoek
werden de patienten 6 maanden gevolgd en alleen dan toegelaten, wanneer het
hepatitis B surface antigen (HBsAg) en HBc IgM gedurende meer dan 6 maanden
aanwezig was. De proefpersonen werden geinstrueerd om hun normale dieet en
leefritme aan te houden. Ze werden random ingedeeld bij de experimentele,
respectievelijk de placabo groep. Het preparaat was verpakt in een capsule,
net als het placebo (lactose). Er waren 18 patienten die het onderzoek niet
voltooiden, (3 experimentele en 15 placebo-patienten), zodat er 37 behandelde
patienten en 23 placebo-patienten overbleven. Van de experimentele groep
hadden 22 patienten na de eerste follow-up meting het HBsAg verloren, tegenover
1 van de 23 placebopatienten. Dit gegeven was statistisch zeer significant
(p<0,0001)(Thygarajan 1988).
Ouderdomsdiabetes mellitus
Diabetes Melitus type 2 berust veeleer op een verminderde perifere
gevoeligheid van celreceptoren voor insuline dan op een verminderde aanmaak
van insuline in de pancreas. Deze verminderde gevoeligheid kan mogelijk
berusten op afzetting van een overmaat aan onverteerde stofwisselingsproducten
("afvalstoffen") door een verstoring van de stofwisseling. In westerse
termen zouden deze afvalstoffen vergelijkbaar kunnen zijn met fructosamine,
waarvan wel wordt aangenomen dat het verantwoordelijk is voor de complicaties
van diabetes mellitus. De therapie bestaat uit een dieet, aanwijzingen voor
de dagindeling, zuiveringsbehandelingen, meditatietechnieken om het geestelijk
evenwicht te bevorderen en specifieke kruidenpreparaten. Uit het vooronderzoek
van Janssen (1989) bleek dat bij drie van de vier patiënten met niet-insulineafhandelijke
diabetes mellitus een verbetering van de glucosetolerantie of de dagcurve
optrad. Een van de kruidenpreparaten is onderwerp geweest van een dubbelblind
uitgevoerd, placebogecontroleerd onderzoek. In dit onderzoek werden 32 patienten
met niet-insulineafhandelijke diabetes mellitus (NIDDM) aselect ingedeeld
in een experimentele en een controlegroep. De experimentele groep kreeg MA-296
in capsulevorm, tweemaal daags, gedurende 3 maanden. Voor en na afloop van
de behandeling werd het serum-fructosaminegehalte, cholesterol, LDL-cholesterol
en de Zung-depressiescore bepaald. Bij statistische analyse werd bij geen
van de gemeten parameters een significant verschil gevonden tussen beide groepen.
Redenen hiervoor zouden kunnen zijn dat de capsule waarin het kruidenpreparaat
gegeven werd de werking verminderd heeft, dat het alleen werkt in combinatie
met een Ayurveda- dieet en reinigingsbehandeling, of dat de werking pas na
langere tijd intreedt (Gerritsma en Dankmeijer 1992).
Bij 49 patienten met niet insuline-afhankelijke diabetes van het medical
college in Lucknow, India werd een dubbelblind onderzoek uitgevoerd naar
antidiabetische en algemene effecten van het preparaat MA 471. Er was geen
placebo-groep. Van de patienten die de studie geheel konden voltooien, te
weten 41, hadden 19 patienten minder dan 5 jaar diabetes, 22 meer dan 5 jaar.
Patienten met meer dan 20% overgewicht, ver voortgeschreden nefropathie,
retinopathie, manifeste infecties, hartinsufficientie, zwangerschap en ondervoeding
werden uitgesloten van deelname. Iedere twee weken werden de volgende parameters
gemeten: glucose nuchter, glucose postprandiaal, HBA1c, totaal cholesterol
in serum, triglyceriden, HDL, ureum, creatinine, leverfuncties, HB, en urine-analyse.
Deze gegevens werden gescoord naar de aanbeveling van de American Diabetes
Association als "good", "acceptable", "fair" of "poor" control. "Good control"
werd bereikt bij 22 patienten (53,6%), "acceptable" bij 7 (17%) "fair control"
bij 9 (21%) en bij 3 patienten "poor control". De schrijvers nemen "good"
en "acceptable" control als effectieve werking van het medicament. Samen
is dit bij 70,7% van de patienten het geval. Helaas werden van de voortest
geen scores vermeld, zodat de werking minder helder beoordeeld ken worden.
Algemene symptomen, die werden geevalueerd door een onafhankelijke onderzoeker,
vertoonden verbetering op de punten polyurie, vermoeidheid en algehele zwakheid
(Sircar 1992).
Angina Pectoris
Bij 30 patienten met stabiele angina pectoris werd gekeken naar de
werking van een toebereiding van de plant Terminalia Arjuna, die beschreven
staat in de klassieke teksten als een mogelijke remedie tegen hartziekten.
Patienten met stabiele angina pectoris of met een oud transmuraal infarct
met angina of met arhythmie en angina werden geselecteerde voor het onderzoek.
Patienten met een recent hartinfarct, onstabiele angina pectoris, hartklepgebreken
of cardiomyopathie werden uitgesloten van deelname. Alle allopathische cardiologische
medicamenten en pijnstillers werden stopgezet tijdens het onderzoek, met
uitzondering van nitrobaat sublinguaal. De patienten hielden een angina dagboek
bij en het lichaamsgewicht, bloeddruk en verscheidene biochemische parameters
en electrocardiogram werden gemeten na 1, 2 en 3 maanden. Na 3 maanden rapporteerden
de patienten minder aanvallen van angina pectoris per dag (van gemiddeld
3,47, tot 1,57 per dag, p<0,001). Ongeveer 10% van de proefpersonen had
geen nitrobaat meer nodig na 3 maanden. Bij de 36% patienten met overgewicht
viel een significante gewichtsreductie te constateren. De systolische bloeddruk
daalde significant (p<0,001), de diastolische bloeddruk veranderde niet
significant. Alle bloeddrukwaarden bleven overigens tijdens de hele studie
binnen de normale reikwijdte. Van de biochemische parameters daalde het
plasma-catecholamine-niveau significant, net als de bloed-glucose waarden.
De vermindering van totaal cholesterol en plasma-cortisol was niet significant
(Dwivedi 1989). Aangezien er geen controlegroep was bij dit onderzoek is
een mogelijk placebo-effect niet te onderscheiden van het mogelijke effect
ven het preparaat. Terminalia Arjuna is een van de ingredienten van de hart-preparaten
die in Maharishi Ayurveda worden gebruikt.
Astma Bronchiale
Aan het Ayurvedic College van Kurukshetra, India, werd bij 30 patienten
het kruidenpreparaat "Asthomap" getest. Ze werden ingedeeld in een groep
die geen behandeling kreeg, een experimentele groep die Asthomap kreeg en
een groep die de therapie kreeg volgens westerse geneeskundige methoden.
Alle patienten werd een standaard-dieet aanbevolen. Na 4 weken werden de symptomen
geevalueerd. Bij de experimentele groep werd in 90% van de gevallen een verbetering
van meer dan 75% in de symptomen vastgesteld, bij de controlegroep zonder
therapie 100% geen verandering in symptomen (Vats 1993). De behandelingsperiode
bij deze studie is te kort om het effect van het preparaat op lange duur
te kunnen vaststellen, in verband met het op en neer gaande beeld van asthma
bronchiale. Het geeft echter enige hoop, en nodigt uit tot groter opgezette
studies.
Rasayana's-
kruidenrecepten voor goede algemene gezondheid en verjonging
Maharishi Ayur-Veda adviseert om na een panchakarmabehandeling, wanneer
de slakken uit het lichaam verwijderd zijn en de lichaamskanalen schoon
zijn, de opgedane frisheid en jeugdigheid te ondersteunen en te verdiepen,
door middel van rasayana's, middelen die sinds duizenden jaren bekend staan
als "verjongingsmiddelen". In de oude teksten staat dat zij zorgen voor een
lange levensduur, een goed geheugen, intelligentie, vrijheid van kwalen,
jeugdigheid, optimale geestelijke vermogens en goede opbouw van de lichaamsweefsels
(Sharma, P.V., 1983, p. 4). Eén daarvan is de laatste jaren onderzocht aan
verschillende Amerikaanse universiteiten; het staat op de lijst te onderzoeken
stoffen van het National Cancer Institute en onderzoek ernaar wordt o.a.
gesubsidieerd door the National Institutes of Health. Dit preparaat wordt
Maharishi Amrit Kalash genoemd; het is een voedingssupplement dat bestaat
uit een kruiden/vruchtenpasta (MA4) en een kruidentablet (MA5). De biochemische
analyse laat zien dat beide preparaten vele antioxidanten bevatten, waaronder
vitamine A, C, E, bioflavonoiden, beta-caroteen, etc. De meeste studies
spitsen zich toe op de antioxidant werking van Amrit Kalash. Daarom eerst
een kort intermezzo hierover.
Vrije radicalen
Vrije radicalen zijn moleculen of atomen met een ongepaarde en daardoor
instabiele electronenconfiguratie. Daardoor ontstaat een hoge reactiviteit
met de omringende moleculen, met name bij zuurstofradikalen, en in mindere
mate bij daarvan afgeleide vrije radicalen (reactive oxygen species, ROS).
Ze worden bij de normale aerobe stofwisseling gevormd en zijn nodig bij
vele biochemische reacties. Leucocyten bijvoorbeeld gebruiken vrije radicalen
om bacterien en lichaamsvreemde cellen onschadelijk te maken. Door de hoge
reactiviteit ontstaat op vele manieren schade aan cellen. De mens is daarom
uitgerust met verdedigingsmechanismen tegen vrije radicalen: a) lichaamseigen
enzymen, bijvoorbeeld superoxide dismutase (SOD), b) voedingsstoffen, waaronder
vitamine A. C, E, B2, polyfenolen, carotenoiden etc. en c) herstelmechanismen:
bijvoorbeeld enzymgroepen die fouten in de opbouw van het DNA kunnen herkennen,
uitsnijden en de normale opbouw weer kunnen herstellen. Bij evenwicht tussen
schade en herstel ontstaan hierdoor geen gezondheidsproblemen. Wanneer de
schade de overhand neemt kunnen er echter vele soorten kwalen ontstaan. Ziekten
die met vrije radicalen in verband worden gebracht zijn: atherosclerose,
kanker, reumatiode arthritis, jicht, lupus erythematodes, zweren, zonnebrand
en eveneens het 'normale' verouderingsproces. Factoren die de vrije radicalenvorming
bevorderen zijn stress (verhoogt de stofwisseling), chronische ontstekingen,
milieuvervuiling, landbouwgiften, kunstmest, conserveringsmiddelen, kleurstoffen,
sigarettenrook, chemotherapie en alle soorten van electromagnetische straling,
waaronder zonlicht. Het effect van Maharishi Amrit Kalash op vrije radicalen
is nader onderzocht in diverse wetenschappelijke studies.
Inperking van vrije
radikalen
Lipideperoxyde
Lipideperoxyden worden volgens de nieuwste theorieën verantwoordelijk
gesteld voor de eerste beschadiging van de vaatwand bij atherosclerose.
Zij ontstaan doordat vrije radicalen zich binden aan lipiden. Bij vijf mensen
met een verhoogd gehalte aan lipideperoxyde deed Maharishi Amrit Kalash dit
gehalte dalen van gemiddeld 7,9 nmol/ml tot een stabiel gehalte van 4,6
nmol/ml (Niwa 1989b).
Dwivedi et al. (1991) onderzochten het effect van MA 4 en MA 5 op lipide
peroxidatie door microsomen van levercellen van de rat. Een waterige oplossing
met 10% MA 4 bleek NADPH-geinduceerde lipide peroxidatie met ongeveer 50%
te verminderen (p<0,05).
Het lichaam wordt beschermd tegen vrije radicalen door enzymen, o.a.
superoxyde dismutase (SOD) dat in staat is vrije radicalen weg te vangen
en onschadelijk te maken. SOD is niet werkzaam per os, omdat het in de
maag wordt afgebroken. Maharishi Amrit Kalash (MAK) heeft een SOD-inducerend
effect: leucocyten gingen 200% meer SOD maken in aanwezigheid van MAK (Niwa
1989b). Bovendien vermindert het de vorming van vrije radicalen. Maharishi
Amrit Kalash heeft een sterker effect op het wegvangen van vrije radicalen
dan andere anti-oxydanten als alpha-tocoferol (vitamine E), vrij SOD, catalase
en ascorbinezuur (vitamine C), zo blijkt uit een in vitro onderzoek van
Dr. Niwa in Japan (Niwa 1989c).
Ook uit onderzoek van dr. Sharma (1992) bleek een krachtige antioxidatieve
werking. Hij deed een kwantitatieve vergelijking tussen verschillende bekende
antioxidanten: vitamine C, E, probucol (een goed gedocumenteerd geneesmiddel)
en MA 4 en -5. Bovendien werden 2 andere kruidenpreparaten getest: MA 631
en MA koffiesurrogaat. Er werd getest in hoeverre de oxidatie van low density
lipoprotein (LDL) geremd kon worden. LDL is vrij gevoelig voor oxidatie,
en in geoxideerde vorm speelt het een grote rol bij het ontstaan van atherosclerose
(zie onder). De oxidatie van LDL werd ingeleid door toevoeging van koper-ionen
en de te testen stoffen werden op verschillende tijdstippen daarna toegevoegd.
Alle geteste stoffen lieten een concentratie-afhankelijke remming van de
LDL-oxidatie zien. De MA-preparaten waren echter tot maximaal 1000x meer
effectief dan vitamine C, E en probucol (p<0,0001) (Sharma et al. 1992).
De reden hiervoor kan zijn dat wanneer antioxidanten opgenomen worden in de
biologische context van de gehele plant de biologische beschikbaarheid en
werkzaamheid groter is dan wanneer men een geisoleerde stof tegen vrije radicalen
inneemt, mogelijk door het synergetische effect van het middel uit de hele
plant.
Immuunsysteem
Tijdens een ontstekingsreactie produceren de witte bloedcellen vele
vrije radicalen, om bacterien, afgestorven cellen etc., op te ruimen. Daarbij
lekken vele vrije radicalen weg naar de omringende weefsels, waardoor nevenschade
wordt aangericht. Beschadigde cellen trekken meer neutrofiele granulocyten
aan (chemotaxis), die de schade snel erger maken. Dr. Yuki Niwa, expert
op het gebied van het vrije-radikalenonderzoek, onderzocht het effect van
MA 4 en MA 5 op chemotaxis, fagocytose en de productie van reactive oxygen
species (ROS) in vitro (Niwa, 1991). De chemotaxis van neutrofiele granulocyten
verminderde significant, net als de blastogenese (vorming van een aggressief
soort van lymfocyten). De productie van O2`, H2O2 en OH` was aanmerkelijk
verminderd. Dit laatste wordt gezien als de oorzaak van de verminderde chemotaxis.
Ook Dr. Fields (et al. 1990a) van de Universiteit van Loyola in de V.S. deed
een vergelijkbaar onderzoek. Hij vond in een studie waarbij neutrofiele granulocyten
in vitro gestimuleerd werden om superoxide te produceren dat MA4 en MA5
elk afzonderlijk even effectief waren als SOD bij het wegvangen van vrije
radicalen. (Dat dit niet het gevolg was van beschadiging van de granulocyten
bleek uit een experiment van Tomlinson (1991): de granulocyten functioneerden
nog steeds normaal).
Ook een andere krachtige oxydant: hypochloorzuur, dat verantwoordelijk
zou zijn voor de weefselschade bij verschillende ziekten waaronder atherosclerose,
werd weggevangen onder invloed van Maharishi Amrit Kalash.
Hij vond tevens dat MA4 en MA5 als voedingssupplement de levensduur
significant verlengden bij muizen (20% langer) en bij fruitvliegjes (meer
dan 100% langer), vergeleken met controlegroepen op een standaarddieet.
In een dubbelblind placebogecontroleerd onderzoek naar het effect van
MA 5 op hooikoorts, bleek gedurende de 4 weken in het topseizoen voor hooikoorts
waarin het onderzoek liep, de groep die MA 5 tot zich nam significant minder
allergische symptomen te rapporteren, dan de groep die het placebo kreeg
(Glaser 1991).
In een studie waarin ratten MA 5 gevoerd kregen bleek een werking op
de lymfocytenproliferatie. Na stimulatie met ovalbumine als antigeen vertoonden
ratten die MA 5 aten 32 tot 88% meer respons van de lymfocyten. Wanneer
niet gestimuleerd werd, was de lymfocyten-proliferatie normaal. De verhoogde
respons ontstond na minimaal 10 dagen MA in het dieet en bleef tot 15 dagen
na verwijdering uit het dieet bestaan (Dileepan 1990).
Terwijl de collaterale schade bij ontstekings reacties vermindert wordt
en een overreagerend immuunsysteem getempert wordt, blijft door Amrit Kalash
het immuunsysteem dus waakzaam en paraat als het echt nodig is.
Kanker
Vrije radicalen kunnen leiden tot beschadiging van het DNA, wat in
sommige gevallen kanker tot gevolg heeft (Niwa 1989a). Aan de universiteit
van South Dakota en Ohio is onderzoek gedaan met behulp van een experimenteel
standaardmodel om middelen tegen kanker te testen. Hierbij worden ratten
behandeld met 7,12-dimethylbenzanthraceen, waardoor zich bij 60% van de ratten
een mammacarcinoom ontwikkelt. MA4 in het voer tijdens de initiatiefase,
waarin de mutatie tot kankercel plaatsvindt, voorkwam bij een groep ratten
in meer dan de helft van de gevallen de mutatie (tumorincidentie 23% i.p.v.
60%, een verschil van 60%, p<0,05). Het had nog meer effect bij een groep
die het middel alleen in de tweede fase kreeg toegediend, de promotiefase,
waarin de tumor groeit (tumorincidentie 7%, i.p.v. 95%, een verschil van 88%,
p<0,05) (Sharma 1990). Bij de dieren die het voedingssupplement hadden
gekregen was ook het aantal tumoren significant kleiner (resp. 69% en 85%
minder tumoren). Daarna werd aan de dieren uit de controlegroep, die kanker
ontwikkeld hadden, alsnog vier tot vijf weken Maharishi Amrit Kalash gegeven.
In 60% van de gevallen werd de tumor kleiner en bij de helft daarvan verdween
hij geheel. Histopathologisch onderzoek gaf aan dat de tumorregressie veroorzaakt
werd door een differentiatie naar een benigne morfologie en fibrose. De andere
organen vertoonden een normaal beeld. Een vergelijkbaar resultaat werd verkregen
met MA5 en met een combinatie van MA4 en MA5. Bij een ander proefdiermodel
voor agressief metastaserend longcarcinoom was er een significante reductie
van 60% in zowel aantal als grootte van de metastasen met MA4 (Patel 1990).
Het bijzondere is dat de tumoren kleiner werden dan wel verdwenen zonder
het schadelijke effect op de gezonde weefsels, dat bij de gebruikelijke
chemotherapie optreedt. Maharishi Amrit Kalash heeft een ander werkingsmechanisme,
zoals werd bevestigd door Dr. Prasad van de Universiteit van Colorado bij
de bestudering van weefselkweken van neuroblastomen. Het bleek dat MA5 de
tumorcellen niet doodde, maar dat zij uitrijpten, normale morfologische kenmerken
gingen vertonen, en dat de groei geremd werd (figuur 2, Prasad 1992). De
kankercellen hadden hun normale 'geheugen' teruggekregen. Als deze gegevens
bevestigd worden, betekent dit een fundamentele doorbraak in de kankertherapie.
Het middel wordt goed verdragen en bij standaardbloedonderzoek bleek geen
toxisch effect op leverenzymen of haematologische parameters (Sharma 1991c).
Bestrijding
van cardiovasculaire risicofactoren
Vrije radikalen
en atherosclerose
Het begin van atherosclerose is een beschadiging van de arteriewand.
De lipiden in het endotheel worden aangevallen door vrije radicalen en
zuurstof. Door de kettingreactie die hierdoor ontstaat, worden de celmembranen
ontbonden. Celbeschadiging trekt neutrofiele granulocyten en macrofagen
aan, die op hun beurt weer vrije radicalen en verterende enzymen loslaten,
die de schade verder verhogen. Wanneer LDL aan deze plaats voorbijstroomt,
wordt het gemakkelijk geoxideerd en verandert zelf in een reactive oxigen
species (ROS): LDL-ox. LDL-ox wordt niet meer herkend door de celreceptoren
en begint zich op te stapelen tussen de beschadigde cellen in de arteriewand.
Wanneer macrofagen LDL-ox proberen op te ruimen, kunnen ze zo vol komen
te zitten, dat inerte schuimcellen ontstaan, die zich eveneens afzetten
in de arteriewand. En hierdoor ontstaan de eerste vetafzettingen (sclerosen).
Bij een verwonding van de vaatwand klonteren normaal gesproken bloedplaatjes
samen om de bloedstroom te stoppen. Wanneer bloedplaatjes te sterk neigen
tot klontering, dan kunnen snel bloedproppen ontstaan die de bloedvaten
zelf blokkeren. Een te sterke neiging tot klontering ontstaat door een ander
vrije-radikalen-mechanisme: geradikaliseerde lipiden en het hydroxyradikaal
inaktiveren prostacycline, dat de plaatjes-aggregatie normaalgesproken tegenwerkt,
zodat bloedplaatjes ongeremd kunnen klonteren (Sharma, 1993c). Plaatjesaggregatie
kan een hartaanval of beroerte uitlokken door afsluiting, of door een spasme
in coronaire of cerebrale vaten te veroorzaken. Bloedplaatjes kunnen o.a.
geactiveerd worden door
- arachidonzuur dat vrijkomt uit de celmembraan van de thrombocyten,
- ADP dat vrijkomt uit bloedcellen of beschadigde vaatwandcellen,
- adrenaline dat ontstaat bij een emotionele uitbarsting en stress
en
- collageen waarmee bloedplaatjes in contact komen bij beschadiging
van een bloedvat.
Tijdens in vitro-onderzoek met menselijk plasma vond Prof. Sharma,
dat Maharishi Amrit Kalash (MA5) de enige stof is die de plaatjesaggregatie
remt door inhibitie van elk van deze vier activatoren (Sharma 1989). Dit
kan van voordeel zijn voor de preventie van infarcten.
Extra cholesterol in het dieet verhoogt het cholesterolgehalte, het
lipideperoxydegehalte en ook de plaatjesaggregatie door ADP en collageen,
zoals gevonden bij konijnen. Wanneer echter daarnaast MA4 werd gegeven bleek
deze plaatjesaggregatie significant lager te zijn (Panganamala 1991). Wanneer
MA4 en MA5 in belangrijke hoeveelheden werden toegevoegd aan genoemd dieet
steeg het cholesterolgehalte niet en bleef ook het gehalte lipideperoxyde
in plasma en in de lever significant lager (Panganamala 1991). Lee (1993)
deed een vergelijkbare studie bij konijnen die MA4 gevoerd kregen plus MA208.
MA 208 is een Ayurvedisch preparaat dat bij overgewicht geindiceerd is.
De LDL en VLDL-spiegels, de lipid-peroxidatie index (dat is de verhouding
van het lipidperoxide tot het totaal cholesterol) en de spiegels van creatinekinase,
lactaatdehydrogenase en hun iso-enzymen (als maat voor celbeschadiging door
vrije radikalen) waren in de testgroep significant lager dan in de controlegroep.
Verminderde chemische
toxiciteit
De toxiciteit van vele chemicalien is gerelateerd aan vrije radikalen-productie.
Bij adriamicine wordt deze eigenschap benut om snel delende kankercellen
te kunnen vernietigen. Maar ook gezonde cellen worden beschadigd, met name
in het hart, vanwege de hoge stofwisseling daar. De capaciteit van MA 4 en
MA5 om de vrije-radikalenproduktie door adriamicine te verminderen werd in
het laboratorium getest door Engineer et al. (1992). Microsomen uit rattelevercellen
werden geincubeerd met NADPH, om de lipid peroxidatie te bevorderen, met
of zonder adriamicine. Wanneer adriamicine werd toegevoegd, werd de vrije
radicalenproductie met 50% verhoogd. Het alcohol-extract van MA 4 zowel als
van MA5 was zo effectief dat de lipide-peroxidatie tot bijna nul werd geremd.
De waterige oplossing van MA 5 echter, vertoonde in deze test geen antiperoxidatie-eigenschappen.
In een test met muizen die adriamicine toegediend kregen, kon MA 5 de mortaliteit
tot 1/3 terugbrengen, en MA 4 tot 2/3 (Engineer 1992).
Bondy (1993) vond dat MA 5 zowel in vitro als in vivo de productie
van vrije radikalen door tolueen significant kon remmen.
Geestelijk functioneren
Vermindering van depressie
In een pilot study bleek bij 11 patienten met een depressie dat door
gebruik van Maharishi Amrit Kalash de gemiddelde depressiescore op de Beck
Depression Inventory daalde van 6,5 tot 2,9 (Sharma 1990d).
Verbetering
van visueel onderscheidingsvermogen
De Nederlander Dr. Paul Gelderloos publiceerde in 1990 een wetenschappelijk
onderzoek naar de invloed van MA 5 op een test voor visueel onderscheidingsvermogen.
De test bestaat uit het gedurende 1/3 seconde aan proefpersonen presenteren
van een verlicht vlak vol kruisjes (de letter x), waartussen een letter
v staat. De proefpersonen moeten op een overeenkomstig vel aangeven waar
de v staat. Het is bekend dat het vermogen om de aandacht voortdurend gericht
te houden op een breed veld en tegelijkertijd alles scherp te kunnen waarnemen
met de leeftijd achteruit gaat, vooral als er ruis-elementen aanwezig zijn,
zoals in deze test. De test is niet alleen een maat voor het visuele onderscheidingsvermogen,
maar ook voor de werking van het centrale zenuwstelsel in het algemeen.
Een vereiste ervoor is dat de proefpersoon een stabiel, rustig innerlijk
bewustzijn handhaaft met een voortdurende, onbelemmerde stroom van uitwaartse
aandacht zodat het hele gezichtsveld wordt overzien. Tegelijkertijd moet
hij zich kunnen concentreren op fijne details. Dit vereist samenwerking tussen
veel verschillende gebieden van de hersenen omdat Maharishi Amrit Kalash de
score op deze test duidelijk verbeterde, kan geconcludeerd worden dat het
een belangrijke en gunstige werking heeft op het functioneren van het centrale
zenuwstelsel. Omdat de score op deze test samenhangt met de leeftijd, suggereert
dit tevens dat de achteruitgang die gepaard gaat met ouder worden erdoor
kan worden afgeremd.
Het dubbelblinde onderzoek werd uitgevoerd bij mannen ouder dan 35
jaar (gemiddelde leeftijd 39), waarvan er aselect 22 Maharishi Amrit Kalash
(MA5) gebruikten en 26 een placebo. De groepen waren vergelijkbaar op alle
relevante punten, zoals o.a. geslacht, leeftijd, oogafwijkingen en opleiding.
De score hing voorts duidelijk samen met de leeftijd. Het bleek bij hertesten
na drie en na zes weken dat gebruik van Maharishi Amrit Kalash de prestaties
significant verhoogde (Gelderloos et al. 1990). Deze resultaten werden al
na drie weken bereikt en waren na zes weken verder verbeterd.
Orgaanspecifieke werking
Er zijn verschilende rasayana's in Ayurveda, ook ter bevordering van
de functie van specifieke organen of orgaansystemen. Een daarvan, de studentenrasayana
(SR) verhoogde in een recente studie de intelligentie bij kinderen (in press,
Personality & Individual Differences). Dat was voor Hanna (1993) reden
om de hypothese te testen dat SR de hersenen beschermt tegen vrije radikalenschade.
In vitro vertoonde SR een concentratie-afhankelijke remming van lipide-peroxidatie.
Bij ratten, waarbij door tolueen de lipide-peroxidatie werd geinduceerd,
vertoonde de SR eigenschappen van selectieve remming van lipide-peroxidatie
in de hersenen en niet in andere organen. Deze selectiviteit komt mogelijk
door een hogere affiniteit van de SR voor hersenweefsel. Deze gegevens zouden
de gemeten verhoogde intelligentie bij kinderen door de studentenrasayana
kunnen verklaren.
Literatuurlijst
Alexander, C.N., Gelderloos, P. and Rainforth, M.V. (1991). Transcendental
Meditation, self-actualization, and psychological health: a conceptual overview
and statistical meta-analysis. Journal of Social Behavior and Personality.
Vol 6, No. 5, 189-247.
Alexander, C.N., Langer, E.J., Davies, J.L., Chandler, H.M. and Newman,
R.l. (1989). Transcendental Meditation, mindfulness, and longevity: An experimental
study with the elderly. Journal of Personality and Social Psychology, 57,
(6), 950-964.
Badawi, K., Wallace, R.K., Orme-Johnson, D.W. and Rouzere, A.M. (1984).
Electrophysiologic characteristics of respiratory suspension periods occurring
during the practice of the Transcendental Meditation program. Psychosomatic
Medicine, 46, (3), 267-276.
Benson H. and Wallace, R.K. (1972). Decreased blood pressure in hypertensive
subjects who practiced meditation. Circulation, 45, Supplement II: 516.
Benson H. and Wallace, R.K. (1972). Decreased drug abuse with Transcendental
Meditation: A study of 1862 subjects. In: C.J.D. Zarafonetis (eds). Drug
Abuse: Proceedings of the International Conference, 369376. Philadelphia:
Lea and Febinger.
Bhishagratna, K.L., (1981) Susruta Samhita, English Translation, third
edition, Chowkhamba Sanskrit Series, Varanasi, India, 1981
Blackwell, B., Hanenson, I.B., Bloomfield, S.S., Magenheim, H.G., Nidich,
S.l. and Gartside, P. (1975). Effects of Transcendental Meditation on blood
pressure: a controlled pilot experiment. Psychosomalic Medicine, 37, (I),
86.
Blasdell, K.S., Sharma, H.M., Tomlinson, P.F. and Wallace, R.K. (1991).
Subjective survey, blood chemistry and complete blood profile of subjects
taking Maharishi Amrit Kalash. Federation of American Societies of Experimental
Biology: 75th Annual Meeting, April 21-25, Antlanta, Georgia, U.S.A. Abstracts,
part II, nr. 5489.
Bleick, C.R. and Abrams, A.l. (1987). The Transcendental Meditation
program and criminal recidivism in California. Journal of Criminal Justice,
15, 211-230.
Brooks, J.S. and Scarano, T. (1986). Transcendental Meditation in the
treatment of post-Vietnam adjustment. Journal of Counseling and Development,
64, 212-215.
Bujatti, M. and Riederer, P. ( 1976). Serotonin, noradrenaline, dopamine
metabolites in Transcendental Meditation. Journal of Neural Transmission,
39, 257-267.
Capra, F., (1987) Totaliteit en Gezondheid, Nederlands Tijdschrift
voor Integrale Geneeskunde 4 (19) 1987, 204/214
Capra, F., (1991) The Tao of Physics: An Explanation of the Parallels
Between Modern Physics and Eastern Mysticism (Shambala, Boston, 1991)
Chandler, H.M., Glaser, J.L., Orme-Johnson, D.W. and Dillbeck, M.C.
(1987). Improvements in memory, intelligence, psychomotor speed and alertness
in normal subjects from an ayurvedic medicinal herbal-based rejuvenal therapy.
Study presented at the 28th Annual Meeting of the Society of Economic Botany.
June, 23, Chicago, Illinois, U.S.A.
Chopra, D. (1989). Quantum Healing Exploring the frontiers of mind-body
medicine. New York: Bantam Books.
Cooper, M. and Aygen, M. (1978). Effect of meditation on serum cholesterol
and blood pressure. Harefuah, Journal of the Israel Medical Association,
95, 1-2.
Cooper, M. and Aygen M. (1979). Transcendental Meditation in the management
of hypercholesterolaemia. Journal of Human Stress, 5, 24-27.
Corey, P.W., (1973) Airway conductance and oxigen consumption changes
associated with practice of the transcendental meditation technique. University
of Colorado Medical Center, Denver, Colorado, USA.
Dileepan, K.N., Patel, V., Sharma, H.M. and Stechschulte, D.J. (1990).
Priming of splenic Iymphocytes after ingestion of an ayurvedic herbal food
supplement: Evidence for an immunomodulatory effect. Biochemical Archives,
6, 267-274.
Dillbeck, M.C. (1977). The effect of the Transcendental Meditation
technique on anxiety level. Journal of Clinical Psychology, 33, 1076-1078.
Dillbeck, M.C., Banus, C.B., Polanzi, C. and Landrith, G.S. (1989).
Test of a field model of consciousness and social change: Transcendental
Meditation and TM-Sidhi program and decreased urban crime. The Journal of
Mind ad Behavior, 9, (4), 457-486.
Dillbeck, M.C., Cavanaugh, K.L., Glenn, T., (Orme-Johnson, D.W. and
Mittlefeldt, V. (1987). Effects of the Transcendental Meditation and the
TM-Sidhi program on quality of life indicators: Consciousness as a field.
The Journal of Mind and Behavior, 8, 67-104.
Dillbeck, M.C., Landrith G. and Orme-Johnson, D.W. (1981). The Transcendental
Meditation program and crime rate change in a sample of forty-eight cities.
Journal of Crime and Justice, 4, 2545.
Dillbeck, M.C. and Orme-Johnson, D.W. (1987). Physiological differences
between Transcendental Meditation and rest. American Psychologist, 42, 879-881.
Domash,L. H. The Transcendental Meditation Technique and quantum physics:
Is pure consciousness a macroscopic quantum state of the brain? In D.W.
Orme-Johnson and J.T. Farrow, eds. Scientific research on the Transcendental
Meditation Programme: Collected Papers Volume 1. Rheinweiler, W. Germany:
MERU press, 1977.
Dwivedi C., Satter, B.C. and Sharma, H.M. (1988). Anticarcinogenic
activity of an ayurvedic food supplement, Maharishi Amrit Kalash (MAK).
American Physiological Society/American Society for Pharmacology and Experimental
Therapeutics. Conference abstract nr. 86.1. October 9-13, Montreal, Canada.
Dwivedi, C., Sharma, H.M., Dobrowski, S. and Engineer, F.N. (1991).
Inhibitory effects of Maharishi-4 and Maharishi-5 on microsomal lipid peroxidation.
Pharmacology Biochemistry & Behavior 39, 649-652.
Dwivedi, S., Chansoria, J.P.N., Somani, P.N., Udupa, K.N. Effect of
Terminalia Arjuna on ischemic heart disease. Alternative Medicine, Vol.
3. No. 2, pp. 115-122 (1989)
Ellmannn, W., 1989: Behandlung von Rheuma und Migrane mit Maharishi
Ayur-Veda in der taglichen Praxis. Vortrag Medizinische Woche, Baden-Baden,
10/89.
Engineer, F. N., Sharma, H. M., Dwivedi, C., Protective effects of
M-4 and M-5 on adriamycin-induced microsomal lipid peroxidation and mortality.
Biochemical Archives, Vol. 8, pp. 267-272, 1992, USA
Eppley, K., Abrams, A and Shear, J. (1989). Differential effects of
relaxation techniques on trait anxiety: A meta-analysis. Journal of Clinical
Psychology, 45, 957-974.
Farrow, J.T. and Herbert, J.R. (1982). Breath suspension during the
Transcendental Meditation technique. Psychosomatic Medicine, 44, (2), 133-153.
Fields, J.Z., Rawal, P.A., Hagen, J.F., Todd, I., Wallace, R.K., Tomlinson,
P.F. and Schneider, R.H. (1990a) Oxygen free radical scavenger effects of
an anti-carcinogenic natural product, Maharishi Amrit Kalash (MAK). Conference
proceedings of the American Society for Pharmacology and Expenmental Therapeutics
Milwaukee, WI., U.S.A.
Finck C.E. and Hayflick L., eds., Handbook of the Biology of Aging,
New York: Van Nostrand Reinhold, 1977,
Gallois, P. (1984). Modifications neurophysiologiques et respiratoires
lors de la pratique des techniques de relaxation. L' Encephale, 10, 139-144.
Garnier, D., Cazabat, A., Thebault, P. and Gauge, Ph. (1984). Pulmonary
ventilation during the Transcendental Meditation technique: Applications
in preventive medicine. Est-Medicine, 4, (76), 867-870.
Gelderloos, P., Ahlström, H.H.B., Orme-Johnson, D.W., Robinson, D.K.,
Wallace, R.K. and Glaser, J.L. (1990). Influence of a Maharishi Ayur-Vedic
herbal preparation on age-related visual discrimination. International Journal
of Psychosomatics 37, 25-29.
Gelderloos, P., Frid, M.J., Goddard, P.H., Xue, X. and Löliger, S.A.
(1988). Creating world peace through the collective practice of the Maharishi
Technology of the Unified Field: improved US-Soviet relations. Social Science
Perspectives Journal, 2, (4), 80-94.
Gelderloos, P., Walton, K.G., Orme-Johnson, D.W. and Alexander, C.N.
(1991). Effectiveness of the Transcendental Meditation program in preventing
and treating substance misuse: A review. International Journal of the Addictions,
26, (3), 293-325.
Glaser, J.L., Brind, J., Eisner, M., Dillbeck, M.C., Vogelman, J. and
Wallace, R.K. (1987). Elevated serum dehydroepiandrosterone-sulfate levels
in older practitioners of the Transcendental Meditation and TM-Sidhi program.
AGE, 10, (4), 160.
Glaser, J.L., Maharishi Ayurveda: an introduction to recent research.
Modern Science and Vedic Science, Vol.2 No.1 1988.
Glaser, J.L. MD and Tomlinson, P., MA (1991). Correlation of subjective
preferences, cognitive styles and behaviour with physiognomy according to
the principles of Maharishi Ayurveda tridosha theorie. In: Scientific proceedings
of the American Association of Ayurvedic Medicine June 8-9, 1991 San Diego,
California.
Hanissian, S.H., Sharma, H.M. and Tejwani, G.A. (1988). Effects of
Maharishi Amrit Kalash (MAK) on brain opioid receptors. Federation of American
Societies of Experimental Biology, abstracts 2, (4), 802.
Hanna, A.N., Kauffman, E.M., Newman, H.A.I., and Sharma, H.M., Prevention
of oxidant stress by Students Rasayana (SR) presented at the international
Symposium on Free Radicals in Diagnostic Medicine, Buffalo, NY, October
7-9, 1993
Herron, R.E.,1993: The impact of Transcendental Meditation practice
on medical expenditures. Dissertation Abstracts Intern. 53(11):4219A.
Janssen, G.W.H.M. (1989). De Maharishi Ayur-Veda behandeling van tien
chronische ziekten: Een voorstudie (The Maharishi Ayur-Veda treatment of
ten chronic diseases: A pilot study). Nederlands Tijdschrift voor Integrale
Geneeskunde 5, (35), 586-594.
Jevning, R., Pirkle, H.C. and Wilson, A.F. (1977). Behavioral alteration
of plasma phenylalanine concentration. Physiology and Behavior, 19, 611-614.
Jevning, R., Wells, I., Wilson, A.F. and Guich, S. (1987). Plasma thyroid
horrnones, thyroid stimulating hormone, and insulin during acute hypometabolic
state in man. Psychology and Behavior, 40, 603-606.
Jevning, R., Wilson, A.F. and Davidson, J.M. (1978). Adrenocortical
activity during meditation. Hormones and Behavior, 10, (1), 54-60.
Jevning, R. Wilson, A.F., O'Halloran, J.P. and Walsh, R.N. (1983).
Forearm blood flow and metabolism during stylized and unstylized states
of decreased activation. American Journal of Physiology, 245, (Regulatory
Integrative Comp. Physiol. 14), Rl IO-RI 16.
Jevning, R. Wilson, A.F., Pirkle, H., Guich, S. and Walsh, R.N. (1985).
Modulation of red cell metabolism by states of decreased activation: comparison
between states. Physiology and Behavior, 35, 679-682.
Jevning, R. Wilson, A.F., Pirkle, H., O'Halloran, J.P. and Walsh, R.N.
(1983). Metabolic control in a state of decreased activation: modulation
of red cell metabolism. American Journal of Physiology, 245, (Cell Physiol.
14), C457-C461.
Jevning, R., Wilson, A.F. and Smith, W.R. (1978). The Transcendental
Meditation technique, adrenocortical activity, and implications for stress.
Experientia, 34, 618-619.
Jevning, R., Wilson, A.F., Smith, W.R. and Morton, M.E. (1978). Redistribution
of blood flow in acute hypometabolic behavior. American Journal of Physiology,
235, (1), R89-R92.
Jevning, R, Wilson, A.F. (1978b) Behavioural increases in cerebral
blood flow. The Physiologist 21 (4): 60. (abstract)
Jevning, R., Wilson, A.F. and VanderLaan, E.F. (1978). Plasma prolactin
and growth hormone during meditation. Psychosomatic Medicine, 40, (4), 329-333.
Kazanchian, A., Sarnvelian, V., Zakharian, R. and Davis, L. (1991).
Inotropic effects of Maharishi Amrit Kalash. Study presented at the Eighth
Congress of the European Society of Cardiology. August 18-22, Amsterdam,
The Netherlands.
Kegel, H., (1993): Das Kostensparkonzept einer Hollandischen Krankenversicherung.
Vortrag auf dem 1. Symposium "Kostendampfung im Gesundheits-wesen durch
das vorbeugeorientierte Gesundheitssystem des Maharishi Ayur-Veda", Bad Ems,
BRD, november 1993
Lee, J. Y., Biochemical Changes induced by Maharishi Amrit Kalash (MAK-4)
and MA-208 in diet-induced hypercholesterolemic rabbits,; Presented at the
International Symposium on Free Radicals in Diagnostic Medicine, Buffalo,
NY, October 7-9, 1993
Levander, V.L., Benson, H., Wheeler, R.C., Wallace, R.K., (1972) Increased
forearm blood flow during a wakeful hypometabolic state. Federation Proceedings
31: 405. (Abstract)
Levine, P.H., The coherence spectral array (COSPAR) and its application
to the study of spatial ordering in the EEG. Proc. San Diego Biomed Symp
15:237-247, 1976
Maharishi Mahesh Yogi. (1963) The Science of Being and the Art of Living.
New York: New American Library.
Menges, Louwrens, "Ketters in de geneeskunde" in Care 28, februari
1995 pp. 42-43.
Nidich, S.I., Ryncarz, R.A., Abrams, A.l., Orme-Johnson, D.W. and Wallace,
R.K. (1983). Kohlbergian moral perspective responses, EEG coherence, and
the Transcendental Meditation and TM-Sidhi program. Joumal of Moral Education,
12, (3), 166-173.
Morgan, R.F. en Stevens, S.K. (1972), Reliability of the adult growth
examination: A standardized test of individual aging. Perceptual and Motor
Skills 34, 415.
Niwa, Dr. Y. en M. Hanssen, Protection for life, Thorsons Publishers
Ltd, Wellingborough (1989a), Northamptonshire NN8 2 RQ, England, ISBN 0-7225-2197-9.
Niwa, Y. (1989b). Prevention of ageing: The importance of super oxide
dismutase functioning and marked antioxidant activity demonstrated in Maharishi
Amrit Kalash. Study presented at the International Symposium on Reversing
The Ageing Process: Neuroimmunological and neurobiological mechanisms September
9, Utrecht, The Netherlands.
Niwa, Y, MD, (1989c) Variety of oxydative disorders induced by oxygen
radicals in modern polluted environments and marked anti-oxidant activity
demonstrated in Maharishi Amrit Kalash, Paper presented at the Soviet Academy
of Science, Moscow, sept. 11, 1989 and the National Institute of Health,
Bethesda, MD, sept. 18, 1989.
Niwa, Y. (1991). Effect of Maharishi-4 and Maharishi-5 on inflammatory
mediators with special reference to their free radical scavenging effect.
Indian Journal of Clinical Practice, 1, (8), 23-27.
Orme-Johnson, D.W., Farrow, J.T., (editors) Scientific research on
the Transcendental Meditation Program, collected papers, Vol. 1, MERU-press,
1977.
Orme-Johnson D.W. (1987). Medical care utilization and the Transcendental
Meditation program. Psychosomatic Medicine, 49, 493-507.
Orme-Johnson D.W. and Dillbeck, M., (1987b) Maharishi's Program to
Create World Peace: Theory and Research. in "Modern Science and Vedic Science"
Vol.1. No.2 pp.207-259.
Orme-Johnson, D.W., Vegors, S.,1988: Medical care utilization at Maharishi
International University. Abstract insert in Journal of the Iowa Academy
of Science 95(1):A56
Orme-Johnson, D.W., Alexander, C.N. and Davies, J.L. (1990). The effects
of the Maharishi Technology of the Unified Field -reply to a methodological
critique. Journal of Conflict Resolution, 34, (4), 756-868.
Orme-Johnson, D.W., Alexander, C.N., Davies, J.L., Chandler, H.M. and
Larimore, W.E. (1988). International peace project in the Middle East: the
effects of the Maharishi Technology of the Unified Field. Journal of Conflict
Resolution, 32, (4), 776-812.
Orme-Johnson, D.W., Dillbeck, M.C., Wallace, R.K. and Landrith, G.S.
(1982). Intersubject EEG coherence. Is consciousness a field? International
Journal of Neuroscience, 16, 203-209.
Orme-Johnson, D.W. and Haynes, C.T. (1981). EEG phase coherence, pure
consciousness, creativity, and TM-Sidhi experiences. International Journal
of Neuroscience, 13, 211-217.
Orme-Johnson, D.W., (1993) presented at the Annual Conference of the
American Journal of Health Promotion, Atlanta, february 22-26.
Ornish, D., et. al. Can lifestyle changes reverse coronary heart disease?
Lancet, 1990,; 336: 129-33.
Pagano R.R., et. al. Sleep During Transcendental Meditation, Science,
Vol. 191, (1976) pp.308-309
Panganamala, R.V. and Sharma, H.M. (1991). Anti-oxidant and antiplatelet
properties of Maharishi Amrit Kalash (M-4) in hypercholesterolemic rabbits.
Ninth International Symposium on Atherosclerosis of the International Atherosclerosis
Society. October 6-11, Rosemont, Illinois, U. S. A. Abstracts 110-111.
Patel, V., Dileepan, K.N., Stechschulte, D.J. and Sharma, H. (1988).
Enhancement of Iymphoproliferative responses by Maharishi Amrit Kalash
(MAK) in rats. Federation of American Societies of Experimental Biology.
Abstracts 2, (5), 4740.
Patel, V. K., Wang, J., Shen, R.N., Sharma, H.M., Brahmi, Z., reduction
of metastasis of Lewis lung carcinoma by an Ayurvedic food supplement in
mice. Nutrition Research, Vol. 12, pp. 51-61, 1992
Prasad, K.N., Edwards-Prasad, J., Kentroti, S., Brodie, C., Vernadakis,
A., Ayurvedic (Science of Life) agents induce differentiation in murine
neuroblastoma cells in culture. Neuropharmacology, Vol. 31 pp. 599-607, 1992
Ransijn, P. en Schulte, N., (1982)Bewustzijn als Bewapening- Vrede
en ontwapening door groei van collectief bewustzijn. MIU-Nederland pers.
Laag Soeren. ISBN 90 6269 026 2
Rasmussen, S., (1990) "The effect of Maharishi Gandharva Ved on the
Brain Physiology" in press, geciteerd in Hartmann, G. "Maharishi Gandharva-Ved
Die klassische Musik der Vedischen Hochkultur: Eine Einfuerung in die Musiktheoretischen
Grundlagen"; mit einem Geleitwort von professor Debu Chauduri.
Salerno, J.W. and Edwards Smith, D. (1989). The use of sesame oil and
other vegetable oils in the inhibition of human colon cancer growth in vitro.
Study presented in part at the lowa Academy of Science Annual Meeting. April
22, Storm Lake, Iowa, U.S.A.
Salerno, J.W. and Smith, D.E., The Use of Sesame Oil and Other Vegetable
Oils in the Inhibition of Human Colon Cancer Growth in vitro. Anticancer
Research 11: 209-216 (1991)
Schneider, R.H., Kasture, H.S., Averbach, R., Rothenberg, S.,&
Robinson, D.K., (1985, sept.) Physiological and psychological correlates
of Maharishi Ayurveda psychosomatic types., Paper presented at the eight
World Congress of the International College of Psychosomatic Medicine,
Chicago, IL Geciteerd in Glaser (1988).
Schneider, R.H., Alexander, C.N. and Wallace, R.K. (1992). In search
of an optimal behavioral treatment for hypertension: A review and focus
on Transcendental Meditation. Personality, Elevated Blood Pressure, and
Essential Hypertension, in press.
Schneider, R.H., Cavanaugh, K.L., Kasture, H.S., Rothenberg, S., Averbach,
R., Robinson, D. and Wallace, R.K. (1990). Health promotion with a traditional
system of natural health care: Maharishi Ayur-Veda. Journal of Social Behavior
and Personality, 5, (3), 1-27.
Segaar, J.E.H., Relaties tussen Ayurveda en westerse geneeskunde. Lezing
gehouden voor het internationaal symposium "Omkering van het verouderingsproces",
neuroimmunologische en neurobiologische mechanismen, nieuwe research naar
en klinische ervaring met Maharishi Ayurveda, Utrecht, 9 september 1989.
Segaar, J.E.H. en Gerritsma, G.J.C., Maharishi Ayurveda en veroudering,
een overzicht van onderzoek. Nederlands Tijdschrift voor Integrale Geneeskunde
7 (1991) no.6
Sharma, H.M., Stephens, R. (1986), The effect of Transcendental Meditation
and the TM-Sidhiprogram on DNA repair, presented in part at the Annual Meeting
of the Federation of American Societies of Experimental Biology (Abstract).
Sharma, H.M., Dwivedi, C. Satter, B.C. Gudehithlu, H.A., Malarkey,
W. and Tejwani, G.A. (1990a). Antineoplastic properties of Maharishi-4
against DMBA-induced mammary tumors in rats. Pharmacology, Biochemistry
and Behavior, 35, 767-773.
Sharma, HM, et al,(1990d) Effect of Maharishi Amrit Kalash (MAK) on
Depression and Substance P, presented at the Annual Meeting of American
Association of Ayurvedic Medicine, 1990.
Sharma, H.M., Triguna, B.D. and Chopra, D. (1991a). Maharishi Ayur-Veda:
modern insights into ancient medicine. Journal of the American Medical Assocition,
265, (20), 263 3 -263 7.
Sharma, H.M., Engineer, F.N. and Dwivedi, C. (1992). Effects of M-4
and M-5 on adriamycin-induced lipid peroxidation in vitro. Federation of
American Societies of Experimental Biology. Abstracts 6, (4), nr. 2354.
Sharma, H.M., Hanna, A.N., Kauffman, E.M. and Newman, H.A.I.
Inhibition of Human Low-Density Lipoprotein Oxidation In Vitro by Maharishi
Ayurveda Herbal Mixtures. Pharmacology, Biochemistry and Behaviour, Vol.
43, pp. 1175-1182, 1992
Sharma, H. M., Nidich, S. I., Sands, D., and Smith, D.E.; Improvement
in Cardiovascular Risk Factors through Panchakarma Purification Procedures.
The Journal of Research and Education in Indian Medicine, Vol. XII, Oct.-
Dec. 1993b ISSN 0970-7700
Sharma, H.M., (1993c), Freedom from Disease, Veda Publishing, Toronto,
ISBN 1-895958-00-8
Sharma, R.K., (1976) Caraka Samhita , vertaling: Sharma, RK en Bhagwan
Dash, Chowkhamba Sanskrit Series Office, Varanasi -221001, India, 1976
Sharma, P.V., (1981) Samhita, deel1, vertaling Sharma, P.V. Chauwkhamba
Orientalia Varanasi India.
Sharma, P.V., (1983) Characa Samhita, deel2, vertaling Sharma, P.V.
Chauwkhamba Orientalia Varanasi India.
Sircar A.R., Ahuja R.C., Natu S.M., Roy B., Sharma H.M.,(1992) Antidiabetic
and general effects of Herbal Drug Glucomap (MA-471) Medical College of
Lucknow, India (unpublished)
Smith, D.E. and Salerno, J.W., Selective Growth Inhibition of a Human
Malignant Melanoma Cell Line by Sesame Oil in Vitro. Prostaglandins Leukotrienes
and Essential Fatty Acids (1992) 46, 145-150
Stephens R.E., Sharma H.M., Kauffman E.M. and Dudek A. (1992). Effect
of different sounds on growth of human cancer cell lines in vitro. Federation
of American Societies of Experimental Biology 6, (5): A1934 (abstract)
Stryker,T.MD, Wallace K. PhD, Reduction in biological age through an
Ayurvedic treatment program, Presented to the International Congress of
Psychosomatic Medicine, Chicago, Illinois, USA, 5 september 1985.
Taub, E. (1991). Comprehensive progress report from the Rehabilitation
Center for Alcoholics, Occoquan, Virginia. Reported in P. Gelderloos, K.G.
Walton D.W. Orrne-Johnson and C.N. Alexander. Effectiveness of the Transcendental
Meditation program in preventing and treating substance misuse: A review.
International Journal of the Addictions, 26, (3), 293-325.
Thyagarajan S.P. Subramanian S. Thirunalasundari T., Venkateswaran
P.S. Blumberg B.S. Effect of Phyllantus Amarus on Chronic Carriers of Hepatitis
B Virus The Lancet, october 1, 1988
Tomlinson, P.F. and Wallace, R.K. (1991). Superoxide scavenging of
two natural products: Maharishi-4 (M4) and Maharishi 5 (M-S). Federation
of American Societies of Experimental Biology: 75th Annual Meeting, April
21-25, Antlanta, Georgia, U.S.A. Abstracts, part II, nr. 5301.
Vats, S. R. et. al., (1993) a clinical study of tab. asthomap in tamak-svas
(bronchial asthma) department of Kaya Chikitsa, S.K. Govt. Ayurvedic College
Kurukshetra, India (unpublished)
Waldschutz, R. (1988). Veranderungen physiologischer und psychischer
Parameter durch eine ayurvedische Reinigungskur. Erfahrungsheilkunde -
Acta Medica Empirica - Zeitschrift fur die arztliche Praxis 2, 720-729
Wallace, R.K., Benson, H. and Wilson, A.F. (1971). A wakeful hypometabolic
physiologic state. American Journal of Physiology, 221, 795-799.
Wallace, R.K., Dillbeck, M.C., Jacobe, E. and Harrington, B. (1982).
The effects of the Transcendental Meditation and TM-Sidhi program on the
aging process. International Journal of Neuroscience, 16, 53-58.
Wallace, R.K., Mills, P.J., Orme-Johnson, D.W., Dillbeck, M.C. and
Jacobe, E. (1983). Modification of the paired H-reflex through the Transcendental
Meditation and TM-Sidhi program. Experimental Neurology, 79, 77-86.
Wallace, R.K., The Physiology of Conciousness, MIU-press Fairfield
IA, USA, 1993, ISBN 0-923569-02-2.
Wilson, A.F., Jevning, R. and Guich, S. (1987). Marked reduction of
forearm carbon dioxide production during states of decreased metabolism.
Physiology and Behavior, 41, 347-352.
Wolkove, N., Kreisman, H., Darragh, D., Cohen, C. and Frank, H. (1984).
Effect of Transcendental Meditation on breathing and respiratory control.
Journal of Applied Physiology: Respiratory, Environmental and Exercise Physiology,
56, (3), 607-612.
|
|